Boek

F. Springer

Verzameld werk

Elfhonderd pagina’s scherp, ingehouden, ironisch prosa

F. Springer (het pseudoniem van Carel Jan Schneider) reisde als bestuursambtenaar en diplomaat in dienst van de Nederlandse staat over de wereld. Hij woonde en werkte in Nieuw-Guinea, New York, Bangkok, Brussel, Dacca, Luanda en Teheran – en liet die plaatsen allemaal terugkeren als de decors voor zijn romans en verhalen die hij vanaf zijn debuut, Bericht uit Hollandia, in 1962 publiceerde.

Het zijn allemaal decors zijn die tot de verbeelding spreken, zeker omdat Springer (zeventig jaar, inmiddels) zich nogal eens in die gebieden bevond op het moment van een grote omwenteling stonden. In Nieuw Guinea, waarover hij schreef in Bericht uit Hollandia, verbleef hij vlak voordat het onafhankelijk van Nederland werd, en in Iran – zo valt te lezen in Teheran, een zwanezang – maakte hij de laatste, angstige dagen mee van het regime van de sjah. Zo zijn nogal wat spectaculaire episoden uit Springers werkelijke ‘leven uit koffers’, te volgen in de verzonnen levens van zijn personages, dat nu bijeen is gebracht in zijn mooie, vuistdikke Verzameld werk.

Hoewel Springer een voorkeur heeft voor verhalen met een echte plot (hij heeft, naar eigen zeggen, het vak geleerd van Somerset Maugham en Scott Fitzgerald) zijn zijn romans geen heldenverhalen. Integendeel, nogal wat ‘patsers’en ‘opscheppers’ komen in zijn oeuvre verschrikkelijk aan hun einde. Zo verdrinkt Tommie Vaulant in de roman Bougainville met al zijn bravoure in zee, en in de bundel Schimmen rond de Parula wordt een naïeve en overmoedige zendeling op ‘Bloedzuigereiland’ door zijn eigen stommiteit door inboorlingen aan het kruis genageld. Letterlijk.

Nee, de vertellers in zijn romans zijn geen onbehouwen helden, maar bekijken de wereld met verwondering, al geven ze steeds weer blijk van een scherp observatievermogen. In Bougainville wordt Bo, net als Springer een diplomaat èn een schrijver, door zijn vriend Tommie Vaulant ‘de secretaris’ genoemd: ‘Zo’n nuttige figuur, die aan alles denkt, die alles registreert. Zo moet je ook zijn verhalen lezen: alsof hij er niets mee te maken heeft, maar ondertussen.’ Dichtbij en veraf, betrokken maar op afstand, dat zijn de paradoxen waar het in Springers werk om draait.

Die dubbelzinnigheid kenmerkt ook Springers stijl. Hij is de meester van de understatement. Lakoniek vertelt hij wat er zich op die betoverende en duistere plaatsen heeft afgespeeld en met humor en ironie beschrijft hij hoe de diplomaten zich uit hopeloze situaties proberen te redden. Vaak tevergeefs. Bovendien zijn Springers romans – zoals de laatste twee, Bandoeng-Bandung en Kandy, waarin hij terugkeert naar zijn verloren jeugd - doortrokken van weemoed en verlangen. Springer gebruikt, kortom, geen grote woorden. Hij schreeuwt geen moord en brand, maar schrijft glashelder en sotto voce. En juist daarom komen zijn romans aan.

Vertalingen

F. Springer

F. Springer (1932-2011), een van de meest geliefde vertellers uit de Nederlandse letteren, was het pseudoniem van Carel Jan Schneider. Als diplomaat en bestuursambtenaar voor het Koninkrijk der Nederlanden zwierf Schneider over de wereld. Al zijn standplaatsen – Nieuw-Guinea, New York, Bangkok…

lees meer

Details

Verzameld werk (2001). Fictie, 1116 pagina's.
Oplage: 5.000

Uitgeverij

Querido

Spui 10
NL - 1012 WZ Amsterdam
The Netherlands
Tel: +31 20 760 72 10

E-mail:
j.spooren@singeluitgeverijen.…
Website:
http://www.querido.nl

lees meer