Suriname: 12 - 16 november 2002
16 auteurs uit Suriname, Nederland en de Antillen

Het woud der verwachting

Het
woud der
verwachting

Clark Accord

Clark Accord

Geboren in Paramaribo verhuisde Clark Accord (1961) op zeventienjarige leeftijd naar Amsterdam. Na zijn middelbare school werd hij verpleegkundige en werkte enige tijd in een ziekenhuis. Daarna begon hij een succesvolle carrière als visagist. Reisde in die hoedanigheid de wereld rond, werkend voor internationale modebladen als Elle, Cosmopolitan, Marie-Claire, Elegance en Man. Accord gaf een volgende wending aan zijn leven met zijn uiterst succesvolle debuutroman De koningin van Paramaribo (1999), waarin hij de markante levensgeschiedenis van de prostituee Maxi Linder vertelt aan de hand van de talloze figuren die haar hebben gekend. Zelf komt Maxi aan het woord in de voor Theater Cosmic geschreven toneelbewerking. Accord, die regelmatig bijdragen levert aan Man en de dagbladen Parool en Trouw, werkt momenteel aan een nieuwe roman.

back
Frank Martinus Arion

Frank Martinus Arion

De Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion (1936) studeerde in de jaren vijftig Nederlands in Leiden en publiceerde de poëziebundel Stemmen uit Afrika (1957). Na zijn kandidaatsexamen keerde hij in 1965 terug naar zijn geboorteland. In de jaren zeventig kwam Arion opnieuw naar Nederland om zijn studie af te maken. Vervolgens werd hij medewerker van de vakgroep Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1981 woont en werkt Arion op Curaçao.
Arion is voorzitter van de Stichting voor Humanistische Scholen in het Papiamentu, en werkt als vrijwilliger aan de enige Papiamentstalige school ter wereld, het Kolegio Erasmo. Zijn belangstelling voor deze taal resulteerde in The Kiss of the Slave, een studie over het ontstaan van het Papiamentu waarmee hij in 1996 promoveerde. Tot zijn belangrijkste werken behoren Illusion di un anochi (1968), Dubbelspel (1973), Afscheid van de koningin (1975), Nobele wilden (1979) en De laatste vrijheid (1996). Vorig jaar verscheen van Arion de verhalenbundel De eeuwige hond.

John de Bye

John de Bye

In het dagelijks leven is John de Bye (1943) chirurg in ‘s Lands Hospitaal te Paramaribo. Zijn hobby, aanvankelijk onderzoek naar de genealogie van zijn familie en later naar de geschiedenis van de joden in Suriname, groeide uit tot een tweede professie: hij werd romanschrijver. Zijn eerste roman, Ter dood veroordeeld. Liefde en dood in de joods Surinaamse geschiedenis verscheen in 2000 bij uitgeverij Ralicon in Paramaribo en in 2001 bij uitgeverij Conserve in Nederland. Die laatste gaf ook zijn tweede roman Geloof, hoop en liefde. Vestiging van de joden in de Surinaamse jungle (2002) uit. Beide romans brengen de lezer in de sfeer van Suriname tijdens het planterstijdperk. Niet alleen het wel maar ook het wee van de joodse families worden door de Bye beschreven. Zijn schets van de verhouding tussen de joodse hoofdfiguren en vertegenwoordigers van de andere toenmalige bevolkingsgroepen krijgt in verschillende erotische scènes kleur.
Zijn derde boek is een naslagwerk onder de titel Historische schetsen uit het Surinaamse jodendom en verschijnt november 2002.

back
Adriaan van Dis

Adriaan van Dis

Adriaan van Dis debuteerde met de novelle Nathan Sid over een jongetje dat tussen twee culturen in opgroeit: het paradijs van het koloniale Indonesië en de grauwheid van het Nederland van na de tweede wereldoorlog. Zijn fascinatie voor andere culturen is in zijn gehele oeuvre aanwezig. Van zijn reisboeken Het beloofde land, over de boeren in Zuid-Afrika, en In Afrika, over de oorlog in Mozambique, tot en met de roman Indische duinen. In 1999 verscheen de roman Dubbelliefde, een fraai en sterk persoonlijk verslag van de volwassenwording van een jongeman, en diens bewustwording van zijn seksuele, politieke en geestelijke aard. Familieziek is de titel van de roman die in het najaar van 2002 verscheen. Het is het verhaal van een jongetje dat opgroeit in een gezin met een door een Japans kamp getraumatiseerde vader en een moeder die al drie dochters had van een in Indië vermoorde officier. Het boek wordt zeer gunstig ontvangen: “Onder de blijmoedige kinderlijkheid voel je de tragiek en dreiging zinderen”, schrijft Vrij Nederland.

Michiel van Kempen

Michiel van Kempen

Michiel van Kempen (1957) is zowel wetenschapper als vertaler en schrijver en geldt als dé kenner van de Surinaamse literatuur. Bekend is zijn bloemlezing Spiegel van de Surinaamse literatuur (1995). Eerder publiceerde Van Kempen een documentaire over de Surinaamse literatuur tussen 1970 en 1985 (1987) en een boek met honderd profielen van Surinaamse schrijvers en dichters (1989). Daarnaast schreef hij een studie over Albert Helman, Kijk vreesloos in de spiegel (1998). Ook publiceerde hij reisverhalen, zoals Het Nirwana is een lege trein (2000) en Plantage Lankmoedigheid. Dit jaar promoveerde Van Kempen op Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur.

back
Ismene Krishnadath

Ismene Krishnadath

Ismene Krishnadath (1956) heeft avontuurlijke en fantasievolle kinder-en jeugdboeken op haar naam staan. In 1993 ontving ze als eerste de Staatsprijs voor Jeugdliteratuur voor haar boek Nieuwe streken van koniman Anansi.
Van huis uit is Ismene Krishnadath onderwijskundige. Haar literaire carrière begon in 1989 met een verhalenbundel voor kinderen, De flaporen van Amar. In vlot tempo volgden heel wat boeken: van een leesserie, Lees Mee, voor beginnende lezertjes tot een jeugdroman Lijnen van liefde. In 1995 kwam haar roman Satyem uit, het verhaal van een Javaanse immigrante, een vrouw met durf, inventiviteit en magische gaven.
Veren voor de piai (1992) en De opdracht van Fodewroko (2001) zijn jeugdromans, waaruit tieners veel kunnen leren over de geschiedenis en de culturen van Suriname. Behalve als auteur is Ismene Krishnadath actief als uitgeefster van haar eigen werk en als lid van de Schrijversgroep ’77, voor wie ze een wekelijks literair radioprogramma coördineert.

back
Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen

‘Ik ben van twee landen een beetje, dus daar hoor ik wel bij, op ’t randje van allebei,’ aldus Joke van Leeuwen (1952) die opgroeide in Nederland en studeerde in België, waar ze de kunstacademie deed, een grafische opleiding volgde en geschiedenis studeerde. Die veelzijdige achtergrond vertaalt zich in het schrijven en illustreren van kinderboeken waarmee ze in 1978 debuteerde (De appelmoesstraat is anders). Voor zowel haar verhalen als haar illustraties werd Van Leeuwen talloze malen bekroond. Zo kreeg zij voor Iep! (1996) de Gouden Uil en de Woutertje Pieterseprijs. Laatstgenoemde prijs werd haar ook toegekend voor Bezoekjaren (1998). In 2000 ontving ze voor haar oeuvre de Theo Thijssenprijs. Van Leeuwen publiceert ook poëzie, is incidenteel actief als actrice en trad in een wat verder verleden op als cabaretière.

Cynthia Mc Leod

Cynthia Mc Leod

Haar debuut Hoe duur was de suiker (1987) bracht de Surinaamse schrijfster Cynthia Mc Leod (1936) in eigen land meteen succes. In Nederland duurde het tot 1995 alvorens het boek werd uitgegeven, maar ook daar werd het goed verkocht. Terecht, want Mc Leod schetst een indringend beeld van het wel en wee op een plantage in de achttiende eeuw. De geschiedenis van Suriname ligt Mc Leod na aan het hart, getuige ook haar in 1993 verschenen studie over Elisabeth Samson, een zwarte vrouw die zich in de hoogtijdagen van de slavernij behalve haar onafhankelijkheid ook een onverstelbaar vermogen wist te verwerven. De studie over deze markante persoonlijkheid bewerkte Mc Leod tot roman, onder de titel De vrije negerin Elisabeth. Gevangene van kleur (2000). Mc Leod blijft de geschiedenis dicht op de huid zitten, zoals blijkt uit haar onlangs verschenen studie Slavernij en de memorie waarin zij aan de hand van ‘Plakaaten en Ordonantiën’ het onmenselijke slavenbestaan schetst.

Ellen Ombre

Ellen Ombre

Dertien jaar oud verhuisde Ellen Ombre (1948) met haar ouders van Suriname naar Nederland. Bedoeling was een jaar te blijven. Inmiddels is dat tot een vijfendertig jaar durend verblijf uitgegroeid - een verblijf met de nodige ambivalenties, zoals blijkt uit haar verhalenbundel Maalstroom waarmee ze in 1992 debuteerde. Verkeerde verwachtingen en overdrijven ijver om vooral Nederlands over te komen leiden tot onvermijdelijke teleurstellingen - nog afgezien van bot Hollands racisme. Ombres perspectief is steeds kritisch, zowel voor blank als zwart. Nostalgie en sentimentaliteit zijn haar vreemd. Ombre afficheert zich nadrukkelijk niet als Surinaams auteur, maar schrijft met open oog voor cultuurverschillen. ‘Ik heb geen groepsgevoel, niet als het om negers gaat, om Surinamers of om vrouwen,’ zegt zij in een interview met De Groene Amsterdammer. Na haar debuut verschenen de bundels Vrouwvreemd (1994) en Valse verlangens (2000). Daarnaast publiceerde Ombre het reisverslag Wie goed bedoelt (1996) waarin zij zich kritisch uitlaat over de westerse ontwikkelingshulp, maar ook over het terug-naar-de-wortelstoerisme van zwarte Amerikanen.

Hagar Peeters

Hagar Peeters

In 1999 maakte dichteres Hagar Peeters (1972) haar officiële debuut met de bundel Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Al daarvoor genoot Peeters bekendheid als performing poet - zozeer dat ze nog voor de publicatie van haar bundel een uitnodiging kreeg om op te treden tijdens de Nacht van de poëzie, het jaarlijkse dichtersgala in Utrecht. Peeters hecht eraan dat poëzie niet alleen wordt gelezen, maar ook gehoord. Zij keert zich dan ook af van de hermetische traditie en schrijft toegankelijke gedichten. Niettemin ‘een rijk en rijp debuut’, oordeelde criticus Arie van den Berg over Genoeg gedicht over de liefde vandaag, dat inmiddels - zeldzaam voor een dichtbundel - drie drukken beleefde. Haar literaire talent demonstreerde Peeters recentelijk ook als schrijfster van non-fictie. Onlangs verscheen haar studie Gerrit de stotteraar en het onvoltooide streven, dat handelt over een ooit - vanwege zijn talloze veroordelingen - vermaarde, maar inmiddels vergeten inbreker. Het betreft de handelseditie van haar scriptie, waarmee Peeters in 2001 afstudeerde als cultuurhistorica én de Nationale Scriptieprijs won.

back
Rappa

Rappa

Rappa is het pseudoniem voor Robby Jonathan Parabirsing (Paramaribo, 1954). Hij debuteerde in 1980 met Friktie Tories, een verzameling van humoristische en maatschappijkritische vertellingen. In 1981 verscheen Opa Djannie en andere verhalen, gevolgd door de roman Een vlek uit het verleden (1982), de bundel kinderverhalen Silvy en Hexa en andere verhalen (1983), de erotische novelle Fromoe Archie (1984), de novelle De Tapoe (1995), het kinderverhaal Verdwaald in het bos (1998) en de bundel Nieuwe Friktie Tories (1999). Veel debutanten vinden bij Rappa’s uitgeverij Ralicon een uitstekend klankbord. Hij bracht onder andere de eerste uitgave van het bekende boek Ter dood veroordeeld van John de Bye uit. In Rappa’s Strip- en Lietbieb kunnen jong en oud terecht voor zowel ontspanningslectuur als het serieuzere werk. Om het lezen te stimuleren geeft Rappa een leesbrief uit, getiteld De stripbieb, waarin naast korte verhalen kritische, humoristische en cynische uitspraken zijn opgenomen. In het dagelijks leven is Rappa leraar Nederlands.

Shrinivási

Shrinivási

Shrinivási (1926) werkte als onderwijzer en begon in de jaren ’50 met het publiceren van poëzie in het Nederlands. Het Nederlands bleef zijn voornaamste schrijftaal, maar hij schreef ook in het Hindi en werd de eerste dichter die schreef in het Sarnami, de taal van de Surinaamse Hindoestanen. In 1963 liet hij zijn eerste dichtbundel verschijnen: Anjali. Een reeks bundels van uitzonderlijke kwaliteit volgde: Pratikshá (1968), Dilákár (1970), Om de zon (1972) en Oog in oog (1974). Zijn poëzie verwoordt de gang die het Surinaamse volk heeft te maken naar eenwording en volgt kritisch alles wat daaraan afbreuk doet. Als een van de weinige Hindoestanen behoorde Shrinivási tot de roemruchte jaren ’60 generatie. Tegelijkertijd kent zijn werk een beschouwelijke, mystieke zijde. Dit facet van zijn dichterschap vond zijn hoogtepunt in zijn laatste, alom bejubelde bundel Sangam (Ontmoeting) uit 1991. Shrinivási werd voor zijn werk herhaalde malen bekroond, onder meer met de Gouverneur Currie-prijs en de Surinaamse Staatsprijs voor Literatuur.

Michaël Slory

Michaël Slory

Michaël Slory (1935) geldt als een van de belangrijkste dichters die de Surinaamse creolen voortbrachten. Hij schreef een groot deel van zijn oeuvre in het Sranan, maar bouwde ook aan een reeks bundels in het Nederlands en het Spaans. In 1961 maakte hij zijn debuut met Sarka/Bittere strijd, in de jaren die volgden, en vooral in de jaren ’70 volgden de bundels elkaar in hoog tempo op. Slory zet in zijn poëzie de geschiedenis en het leven van de creolen met een karakteristieke eigen toon neer, maar oriënteerde zich van jongs af ook sterk internationaal. Zijn poëzie draagt van die brede oriëntatie duidelijk de sporen, bijvoorbeeld met bundels sonnetten en kwatrijnen. Slory is de vaakst bekroonde schrijver van Suriname en ontving voor zijn schitterende liefdeslyriek in de bundel Efu na Kodyo, Efu na Amba... (Of het nou Kodyo is of Amba...) de Surinaamse Staatsprijs voor Literatuur. Bij gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag verscheen de bundel In de straten en in de bladeren die algemeen wordt beschouwd als een van zijn beste en die behoort tot de absolute top van de Surinaamse poëzie in de Nederlandse taal.

Surianto

Surianto

Surianto (pseudoniem van Jozef Ramin Hardjoprajitno), werd in 1937 geboren op Désa Lasmborek, een plantage aan de Commewijnerivier. Zijn vader was een van Java afkomstige contractarbeider en zijn moeder een dochter van immigranten. Hij volgde een middelbare ambtenarenopleiding in Paramaribo en werkte tot zijn pensionering bij verschillende instanties. Surianto is ook musicus, en bespeelt de viool, de dwarsfluit en de saxofoon, geeft muzieklessen en leidt Javaanse dansorkesten.
Als dichter is Surianto sterk georiënteerd op Java. Zijn gedichten schrijft hij in een mengvorm van het Javaans van Midden-Java en het Surinaams-Javaans. Hij is corresponderend lid van verschillende schrijversgroepen op Java en heeft Indonesië bezocht in het kader van een Poëziefestival.
Drie tweetalige bundels – in het Javaans en het Nederlands – heeft Surianto uitgebracht: in 1986 Aruming melathi / De geur van melatie, in 1990 Tetesing bun adi / Enkele dauwdruppels en in 2002 Wis mbalik ombak / Het roer omgegooid.

Francis Vriendwijk

Francis Vriendwijk

Francis Vriendwijk (1939) schrijft leuke, verantwoorde kindergedichten en -verhalen. Op 24 februari 2002 kreeg ze daarvoor een onderscheiding. Ze is van alle markten thuis, werkte als onderwijzeres met een grote voorliefde voor de natuur en volgde allerlei cursussen. Op latere leeftijd ging ze zich steeds meer toeleggen op filosofie. Ze zocht naar een manier om haar bijdrage te leveren aan positieve veranderingen in de wereld. Het werd schrijven voor kinderen. In 1997 kwam haar eerste boekje uit: Bigi-Ede, Bigi-Bere èn Fini-Futu. Al gauw verwierf ze daarmee bekendheid. Vaak neemt ze oude Surinaamse vertellingen als basis voor haar werk. Haar verhaaltje Pikin Todo èn Pikin Sneki over de kikker en de slang die geen vriendjes konden blijven, is vertaald in het Frans en Engels. Behalve met schrijven houdt Francis zich bezig met planten en verzorgt ze een kookrubriek.

Joost Zwagerman

Joost Zwagerman

Sinds zijn debuut in 1986 met de verhalenbundel De houdgreep heeft Joost Zwagerman (1963) zich ontwikkeld tot een van de meest veelzijdige Nederlandse auteurs. Zijn oeuvre omvat naast proza ook poëzie, essays en columns. Thematiek van zijn proza is de onmogelijke liefde, zoals in Vals licht (1991) waarin de student Simon Prins hopeloos geobsedeerd raakt door Lizzie Rosenfeld - een prostituee. In De buitenvrouw (1996) is het de docent Theo Altena die zich verliest in een verhouding met zijn nieuwe, Surinaamse collega Iris Pompier. Haar donkere verschijning veroorzaakt in het benepen Hoorn een culturele schok. Ook bij Altena, die gefixeerd raakt op alle al dan niet verholen, soms vermeende blijken van racisme. Met De buitenvrouw geeft Zwagerman een indringend beeld van de multiculturele samenleving, die door moedwil en misverstand wordt beheerst. Zwagermans meest recente roman is Zes sterren (2002). Een jaar eerder publiceerde hij zijn derde dichtbundel Bekentenissen van de pseudomaan.

Wilt u meer informatie? Neem contact op met Rudi Wester of Barbara den Ouden
NLPVF, tel. +31 20 620 62 61, fax +31 20 620 71 79